Home
Curriculum vitae
Behandeling
Supervisie & training
Wetenschappelijk onderzoek
Boeken
Nederlandstalige publicaties
Voordrachten
Publications in English
Meetinstrumenten
Contact
 
  Wetenschappelijk onderzoek

Deze pagina bevat informatie over lopende onderzoeksprojecten en toekomstige publicaties.

Toekomstige publicaties
1. Evaluatie van een behandelprogramma voor Nederlandse en Vlaamse seksueel geweldplegers in forensisch psychiatrische instellingen
2. Meetinstrumenten voor de forensische psychiatrie
3. Psycho-educatie voor seksueel geweldplegers (draai- en werkboek)
4. Behandelprogramma's voor de forensische psychiatrie.
5. Het cognitief-gedragstherapeutische referentiekader in de forensische psychiatrie
Lopende onderzoeksprojecten
6. Determinants of aggressive behavior in low-educated adolescents
7. The NEO-FFI in Dutch forensic psychiatric patients


1. Evaluatie van een behandelprogramma

Voor de evaluatie van een behandelprogramma voor Nederlandse en Vlaamse seksueel geweldplegers in forensisch psychiatrische instellingen is een overzicht beschikbaar van de te gebruiken psychologische meetinstrumenten.
Download het overzicht 



Inmiddels is de dissertatie van Almar J. Zwets afgesloten met een promotie (Promotors: prof. Dr. H.J.C. van Marle en prof. Dr. P.E.H.M. Muris; copromotor: Dr. R.H.J. Hornsveld). De dissertatie is te verkrijgen via AlmarZwets@Hotmail.com

Een bijdrage wordt geleverd aan de dissertatie van Thijs Kanters (Promotors: prof. Dr. H.J.C. van Marle en prof. Dr. P.E.H.M. Muris; copromotor: Dr. R.H.J. Hornsveld). Zie voor meer informatie over de opzet van deze dissertatie hieronder.

Een behandelprogramma voor seksueel gewelddadige terbeschikkinggestelden
Thijs Kanters 

Over de ontwikkeling en evaluatie van een Nederlands behandelprogramma voor seksueel gewelddadige terbeschikkinggestelden nauwelijks gepubliceerd. Het cognitief-gedragstherapeutische programma, zoals dat sinds kort in de Kijvelanden wordt toegepast, is vooral gebaseerd op het Risico-Behoefte-Responsiviteit model van Andrews en Bonta (2003; 2006). Om nader inzicht te krijgen in de risicofactoren van seksuele geweldplegers (risicoprincipe) zullen in een eerste onderzoek verschillen in scores op risicotaxatie instrumenten tussen verkrachters, kindmisbruikers en terbeschikkinggestelden die veroordeeld zijn voor een niet-seksueel delict geanalyseerd worden. Daartoe zal eerst worden onderzocht in welke mate de SVR-20 een bijdrage levert aan inzicht in het specifieke recidiverisico van verkrachters en kindmisbruikers. Met behulp van de PCL-R zal de mate van psychopathie worden bepaald bij de twee groepen seksuele geweldplegers en een groep niet-seksuele geweldplegers.

Dynamische criminogene factoren (behoefteprincipe) in de vorm van bepaalde persoonlijkheidstrekken en probleemgedragingen van de drie subgroepen zullen aan de orde komen in het tweede onderzoek. Studies naar deze dynamische criminogene factoren leverden in de tachtiger en negentiger jaren uiteenlopende resultaten op, mede omdat gebruik gemaakt van voor deze doelgroep minder geschikte meetinstrumenten. Meerdere auteurs vergeleken verschillende groepen seksuele geweldplegers met elkaar en met ‘normalen’ op een aantal probleemgedragingen of ontwikkelden bijvoorbeeld een viertal typen seksuele geweldplegers op basis van delictroutes, te weten ‘passieve vermijding’, ‘actieve vermijding’, ‘automatische toenadering’ en ‘geplande toenadering’. Dit deelonderzoek zal de afname van een standaard set vragenlijsten omvatten bij een groep verkrachters, een groep kindmisbruikers en een groep niet-seksuele geweldplegers die zijn opgenomen in een drietal forensisch psychiatrische centra. De vragenlijsten hebben betrekking op persoonlijkheidstrekken en op probleemgedragingen. Alle drie de groepen zullen met elkaar worden vergeleken en met een normgroep ‘normale mannen’.

Een derde onderzoek heeft als doel om via ‘Impliciete Associaties’ mogelijke verschillen tussen de drie subgroepen in cognitieve aspecten van het seksueel delictgedrag vast te stellen. Er is zijn aanwijzingen dat deviant seksueel gedrag onder andere verklaard kan worden door cognitieve vervormingen. Het meten van dergelijke cognities bij seksuele geweldplegers blijkt echter niet eenvoudig. Onderzoek naar cognitieve vervormingen met behulp van zelfrapportage vragenlijsten levert vooralsnog weinig resultaat op. Impliciete testen, zoals de Impliciete Associatie Test (IAT; Greenwald, McGhee, & Schwartz, 1998), lijken daarom een meer bruikbare methode te zijn voor het identificeren van impliciete cognities. Verschillende onderzoeken met impliciete tests tonen aan dat kindmisbruikers andere impliciete cognities hebben dan niet-kindmisbruikers. Kindmisbruikers hebben een sterkere associatie tussen kinderen en seks dan niet-kindmisbruikers en hebefielen. Deze sterke associatie wordt zelfs gevonden bij pedofielen die het delict ontkennen. Bovendien is een sterkere associatie tussen kinderen en seks geassocieerd met een hoger recidiverisico. Het derde onderzoek zal de afname van drie IAT’s omvatten: Een bloem-onplezierig IAT (controle), een kind-seks IAT en een dominantie-sexy IAT.

Een vierde studie zal betrekking hebben op de methodische ontwikkeling en klinische praktijk van het voorlopige behandelprogramma zoals dat thans in de Kijvelanden is geïmplementeerd, inclusief de wijze waarop het programma aan het niveau van de deelnemers werd aangepast (responsiviteitprincipe). Daarbij zullen ook de voorlopige resultaten van het programma aan de orde komen.

Cognitief-gedragstherapeutische programma’s worden algemeen geaccepteerd als de meest effectieve behandeling voor seksuele geweldplegers. Daarnaast blijken programma’s voor groepen blijken te verkiezen boven individuele behandeling, omdat in groepen deelnemers met elkaar nieuwe vaardigheden kunnen oefenen, elkaar kunnen bekrachtigen voor gewenst gedrag, elkaar kunnen aanmoedigen en ondersteunen, en een positieve sfeer kunnen scheppen.

Samengevat omvat het promotieonderzoek de volgende deelonderzoeken:

(1) Recidiverisico en psychopathie bij seksueel gewelddadige terbeschikkinggestelden;
(2) Persoonlijkheidstrekken en probleemgedragingen van seksueel gewelddadige terbeschikkinggestelden;
(3) Impliciete associaties bij seksueel gewelddadige terbeschikkinggestelden;
(4) Ontwikkeling en evaluatie van een behandelprogramma voor seksueel gewelddadige terbeschikkinggestelden.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij Thijs Kanters. E: Thijs.Kanters@Hotmail.com